Marshall verdedigt Marshallplan

Om de filmpjes te kunnen bekijken heeft u de Adobe Flash Player nodig en moet uw browser Javascript ondersteunen.

In het Amerikaanse Congres geeft de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, G.C. Marshall, een toelichting op het door hem bedachte Marshallplan.

Bron: Beeld en Geluid Beeld en Geluid:  Polygoon Wereldnieuws, 30 januari 1948

Media:

  • Marshall verdedigt Marshallplan
    Marshall verdedigt Marshallplan
    In het Amerikaanse Congres geeft de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, G.C. Marshall, een toelichting op het door hem bedachte Marshallplan.
    Bron: Beeld en Geluid Beeld en Geluid:  Polygoon Wereldnieuws, 30 januari 1948
    Noordam brengt Marshall goederen
    Noordam brengt Marshall goederen
    Het schip Noordam van de Holland-Amerikalijn brengt, in het kader van het Marshall-plan, de eerste hulpgoederen uit Amerika de haven van Rotterdam binnen.
    Bron: Beeld en Geluid Beeld en Geluid:  Polygoon Hollands Nieuws, 26 april 1948

Marshallhulp

In 1948 werd die afhankelijkheid van Nederland van het buitenland zichtbaar door de Marshallhulp.
De Amerikaanse minister van buitenlandse zaken George C. Marshall stelde in een toespraak aan de Harvard-universiteit in Cambridge, Massachusetts, voor om de landen in West-Europa te helpen met geld.

Dat plan had als bijkomend voordeel dat het Europa aan de Verenigde Staten zou binden in een periode dat de verhoudingen met de Sovjet-Unie snel verslechterden. Bovendien zou de wereldhandel er sneller door op gang komen.

Marshall stelde als voorwaarde dat de deelnemende landen met een gemeenschappelijk Europees plan zouden komen. De Sovjet-Unie, dat het voorstel als een ‘bedreiging voor de soevereiniteit van de kleine Europese landen’ zag, deed niet mee.

In 1948 kwamen de eerste hulpgoederen in Rotterdam aan. Nederland kreeg relatief een groot percentage van de ca 12,4 miljard dollar die de Verenigde Staten te besteden hadden en gebruikte de hulp vooral voor herstel van oorlogsschade en voor inkoop van graan, katoen, tractoren en andere landbouwmachines.

Ook de andere Europese landen (inclusief Duitsland dat ongeveer anderhalf miljard dollar kreeg) gebruikten het geld om hun economieën weer aan de gang te krijgen. Tachtig procent van het geld was een gift, twintig procent moest worden terugbetaald.

Meer over dit onderwerp