1 - De wraak van Duitsland

Neurenberger rassenwetten

Om de filmpjes te kunnen bekijken heeft u de Adobe Flash Player nodig en moet uw browser Javascript ondersteunen.

In september 1935 kondigde Hitler de anti-joodse Neurenberger rassenwetten in Neurenberg aan.

Bron: De Oorlog, deel 1 (1 min. 35 sec.)

Media:

  • Neurenberger rassenwetten
    Neurenberger rassenwetten
    In september 1935 kondigde Hitler de anti-joodse Neurenberger rassenwetten in Neurenberg aan.
    Bron: De Oorlog, deel 1 (1 min. 35 sec.)

Neurenberger rassenwetten

Op de Partijdagen van 1935 kondigde de Führer de beruchte Neurenberger rassenwetten af, op 15 september om precies te zijn, in een speciale zitting van de Rijksdag.
Hitler had ze heel kort tevoren laten uitwerken door minister van Binnenlandse Zaken Wilhelm Frick – hij vond het programma voor dat jaar wat mager, er was nog een hoogtepunt in de programmering nodig.

Frick haalde er vier specialisten bij, onder wie de leider van het nationale artsenverbond Gerhard Wagner en de specialist inzake rassenkwesties van Fricks ministerie, Bernhard Lösner. Onder hoge druk produceerden ze twee wetten: de wet ter bescherming van het Duitse bloed en de Duitse eer, en de ‘rijksburgerwet’.

In de ‘bloedbeschermingswet’ werden zware straffen gesteld op huwelijken tussen joden en arische Duitsers. Ook buitenechtelijk sexueel verkeer tussen joden en arische Duitsers werd strafbaar. De wet werd de juridische grondslag voor tweeduizend strafprocessen wegens ‘rassenschande’. Ook mochten joden geen arische dienstmeisjes meer in dienst hebben.

Later werden de wettelijke bepalingen uitgebreid en van juridische definities voorzien in een gedetailleerder vorm dan Frick in zijn snelle poging tot wetgeving had kunnen doen.

De rijksburgerwet zorgde ervoor dat arische Duitsers als ‘rijksburger’ alle rechten behielden die ze in het Derde Rijk hadden, terwijl joden slechts ‘staatsburgers’ waren; hun werden alle politieke rechten ontnomen en daarmee werden ze niet langer gelijkberechtigd met hun niet-joodse landgenoten. Als definitie gold: jood was wie drie joodse grootouders had, of tot de joodse geloofsgemeenschap behoorde of met een jood (een zogenaamde Volljude) getrouwd was.

Hitler presenteerde de gloednieuwe wetten op gematigde toon, hij wilde kennelijk de belangrijkste landen in de wereld op dit punt niet tezeer tegen zich innemen, zo bleek uit een interview dat hij United Press toestond:

‘Deze wetten zouden een basis kunnen vormen waarop het Duitse volk een redelijke verhouding zou vinden met het joodse volk. Maar als deze hoop niet in vervulling gaat en de joodse acties in en buiten Duitsland zouden doorgaan, dan zou de situatie opnieuw moeten worden bekeken.’

Echt nieuw waren de Neurenberger wetten niet. Al vanaf 1933 waren er speciale anti-joodse wetten en verordeningen uitgevaardigd, vaak ook op lokaal of regionaal niveau.

Het belang van de Neurenberger rassenwetten is vooral dat ze kunnen worden beschouwd als de juridische basis onder de grootscheepse jodenvervolging en dat ze de weg hebben geplaveid naar de genocide.

Meer over dit onderwerp